Hoe mediteren?

De kern van iedere meditatiebeoefening omvat drie eenvoudige basiselementen: je lichaam, je ademhaling en je geest.

Lichaam
Je begint met het aannemen van een gemakkelijke zithouding. Je zit meestal op de grond of op een stoel. Als je op een stoel gaat zitten, neem er dan een met een rechte rugleuning, waarvan de zitting laag genoeg is om je voeten plat op de grond te kunnen zetten. Wanneer je op de grond zit kun je gebruik maken van een kussen of bankje. Er bestaan verschillende zithoudingen waarbij je of met gekruiste benen zit of min of meer knielt.

Laat je armen vanaf je schouders ontspannen naar benenden hangen. Plaats je handen op je knieën of laat ze in je schoot rusten. Laat je blik ongeveer een meter voor je naar beneden rusten. Houd je ogen half open of half gesloten. Het is niet de bedoeling dat je je ogen ergens op richt, laat je blik vervagen. 

Word je gewaar van de zwaartekracht en vaste vorm van je lichaam en ook de eenvoud ervan. Deze zithouding geeft een besef van ruimte, helderheid en rust op het niveau van de geest en een besef van een nauwelijks merkbare, krachtige energiestroom op lichamelijk niveau.

Ademhaling
Nu je lichaam in een gegronde houding zit, richt je je op de essentie van de beoefening - je ademhaling. Volg de natuurlijke stroom van je ademhaling. Je neemt elke ademtocht zoals die zich voordoet. Verander hier niets aan; je werkt eenvoudig met wat er is. Observeer je adem terwijl hij naar binnen en naar buiten stroomt. 

Telkens als je aandacht afdwaalt breng je haar rustig terug naar je ademhaling. Dit proces herhaalt zich onnoemlijke keren. Je hoeft je hierover niet druk te maken. Op deze manier ontwikkel je een natuurlijk vermogen om je geest te concentreren.

Geest
Het derde element van je meditatiebeoefening - je geest vormt in deze context het referentiepunt van zowel je mentale als emotionele denkproces. Gedurende het mediteren is je aandacht gericht op de activiteit van je geest en niet op de inhoud ervan. De nadruk ligt op wat en niet op waarom. Sommige gedachtes zijn plezierig, op anderen rust misschien een taboe. In plaats van je gedachtetrein te analyseren, merk je op, laat je los en keer je rustig en kalm terug naar je ademhaling. Je benoemt alle gedachtes die opkomen eenvoudigweg 'denken'.
Je geeft jezelf niet op je kop omdat je geest is afgeleid, maar je brengt ongedwongen en nuchter je aandacht terug naar je ademhaling, rustig en vastberaden. Hiermee ontwikkel je geduld en een niet-oordelende houding. Gaande weg raak je 'bevriend' met je denkproces. Acceptatie in plaats van afwijzing is de sleutel om je geest tot rust te brengen.

 

 Copyright © 2006–2010 by mediteren-in-eenvoud - Den Haag. All rights reserved.


Content managed by the Etomite Content Management System.